woensdag 10 februari 2016

Een zoon - Bores

Vandaag is onze kleinste spruit 5 maanden jong, hoera! Dat doet me mijmerend terugdenken aan de dag dat hij ons kwam vergezellen.



Die namiddag had ik wat last van lichte voorweeën en ik hoopte hardop dat het zou doorzetten. We wachtten ondertussen al 40 weken en 2 dagen op dat kleintje, maar blijkbaar was het heel erg gezellig in mama's buik... De vroedvrouwen kwamen langs voor een stand van zaken, en wij maakten een grote wandeling aan een tempo dat ik zelfs als niet-zwangere niet meer zou evenaren.
Maar na enkele uren wachten - komtie of komtie niet - werd duidelijk dat ik niet zou bevallen met al die ogen op mij gericht. Mijn buik ging weer staken en zelfs bij het bovenhalen van mijn beste Zumba-moves kon er geen contractie meer af.





Lichtjes ontgoocheld gingen we toch maar slapen. Op een dag zou hij er wel uit komen, maar ik begon toch wat met 'inleidingsstress' te zitten. Nog 7 dagen hadden we, om het natuurlijk te laten gebeuren. Anders zou ik naar het ziekenhuis moeten om het kunstmatig op gang te brengen.

Iets voor middernacht werd ik wakker en ik concentreerde me op alles wat ik voelde: niets. Of jawel, na het wereldrecord hoogzwanger-snelwandelen te hebben verbroken, had ik het gevoel dat mijn heupen een vrachtwagen van dichtbij hadden ontmoet en dat mijn staartbeen kennis had gemaakt met de kettingzaag.


Op geheel elegante wijze - ofzoiets - huppelde ik naar de badkamer.
Ik bekeek mijn uit de kluiten gewassen spiegelbeeld en sprak de veelzeggende woorden: 'Potverdikke buik, nu mag het gaan gebeuren!'
De toverspiegel zei niets terug en mijn buik reageerde evenmin.

Net toen ik dacht terug te gaan slapen, gebeurde het. Het natuurelement water kwam me zondvloedgewijs verrassen. En net zo elegant als daarnet (ahum), maar nu met een goed gedrapeerde handdoek tussen mijn benen, ging ik Dries wakker maken.
En ik belde naar de vroedvrouw. Zij moesten een half uur rijden om bij ons thuis te geraken, dus ik wachtte liever niet te lang.

0.05u was het, toen mijn vliezen braken. Vijf na twaalf. Alsof het uur grinnikte: te laat!

00.20u
Toen we beneden kwamen, voelde ik mijn eerste wee. En ik wist dat dit voor echt was. Dries begon onmiddellijk heet water in het zwembadje te doen. (Slimste zet ooit: het zwembad was reeds opgeblazen en gevuld met koud water. Heet water toevoegen volstond om een mooie hoeveelheid water te bekomen, zonder een uur te moeten wachten.)
2 minuten later volgde de 2e wee.
Nog eens 2 minuten later de derde.
En ze waren écht. Van mijn kleine tenen tot in het topje van mijn oren. Er was geen ontkomen meer aan.

00.30u
'Sjoe', zei ik, 'ze komen om de 2 minuten. Doe maar je kleren aan, dit gaat niet lang duren.' (Je kan moeilijk de vroedvrouwen ontvangen in je onderbroek, dacht ik zo. :p ) Ondertussen zette ik de voordeur op een kier. Je weet immers nooit in wat voor benarde situatie we zitten op het moment dat er aangebeld wordt.
Dries ging naar boven, en ik werd overvallen door een vre-se-lijke wee. Zonder te wachten zette ik me alvast in het lauwe water, ik kon elke verzachting gebruiken.

00.34u
Dries schrok zich een ongeluk als hij beneden kwam en mij volledig in trance in het badje zag zitten. Niet in staat te reageren op wat er rond mij gebeurde, maar volledig gefocust op waar de natuur mij toe dwong: dat kind moest er uit. En het liefst zo snel mogelijk.
Hij ging voluit voor de rol van organisator: de temperatuur van het water (en het huis) controleren, alles klaarleggen, en toch maar eens informeren bij de vroedvrouw hoe lang ze nog moest rijden.

Om 00.42u kwam de vroedvrouw aan. Ik negeerde haar compleet. In normale omstandigheden ben ik vriendelijker hoor, maar nu was elke aanraking een prikkel te veel. Mijn mentale en fysieke kracht bundelden zich voor wat gebeurde: het hoofdje werd geboren.
En de overweldigende pijn was weg.
Ik wachtte op een nieuwe perswee, die niet kwam. Dus met mijn laatste kracht deed ik het zelf, zonder wee. Om 00.43u wordt Bores geboren.

38 minuten zitten er tussen het breken van de vliezen en de geboorte. 23 minuten vanaf de 1e wee.
'Wat een geluk dat we niet van plan waren naar het ziekenhuis te gaan!' zeg ik opgelucht, 'dat zouden we nooit gehaald hebben!'

Bores is een mooie ronde baby, en Dries is toch wel nieuwsgierig naar het geslacht. (Tot op dat moment was ook onze meisjesnaam nog in de running.)

'Is het normaal dat de navelstreng afgescheurd is?' vraagt hij.
Aan het buikje hangt een stukje navelstreng van zo 15cm.

De vroedvrouw schrikt en schiet onmiddellijk in actie. Ze zet snel een klem op beide uiteinden van de navelstreng. Eentje bij Bores, eentje bij mij. Om het bloeden te stoppen.


Even later lig ik op een matras te bekomen. De vroedvrouwen (een snelheidsboete rijker, was ook de 2e vroedvrouw aangekomen) hadden heel zorgvuldig de nazorg gedaan en laten ons even alleen. Ik hoor ze zachtjes praten in de keuken.
Er zit geen druppel energie meer in mijn lijf, maar ik ben gelukkig. Wat een prachtige bevalling, wat een prachtige baby. 
Een zoon. 
Bores.


dinsdag 9 februari 2016

Rubemansius nocturna

'Mamaaaaa! Kaka doen!' roept Rube. Aan zijn gezicht zie ik dat het al te laat is. Ik ontdek een klein drolletje net naast het potje en zucht.
'Niet erg', zegt Rube, 'isse eitje'. Waarop hij zich op het potje nestelt om nog wat verder te kakelen.

Het valt me op hoezeer Rube er in slaagt de grens tussen dier en kind heel nauw te maken. Daar waar hij soms ongegeneerd als een hondje een hoekje uitkiest om in te plassen, of naar eigen zeggen in staat is eieren te leggen.
Maar net zo goed kan hij als een jong katje op je schoot liggen spinnen of brullen als Simba die zijn koninklijkheid wil bewijzen.

En dat hij een nachtdier is, bewees hij al jaren. Niet alleen klinkt de schreeuw van het roofdier 's nachts nog veel luider, ook de zin te gaan ontdekken neemt toe naarmate het donkerder wordt.

Enkele nachten geleden werd ik wakker van een geritsel. Ik zette het nachtlampje wat harder, en zag hoe Rube in een hoekje in de kamer zat te spelen. Het moet zo'n uur of 3 geweest zijn. Hij had de pop van andere kleren voorzien en probeerde haar nu in een veel te klein doosje te proppen. 'Pop moet slapen', zei hij.
Ik opperde dat het misschien een goed idee was om ook te gaan slapen, maar dat voorstel werd vriendelijk met één grom afgewezen.
Volledig slaapdronken, nauwelijks beseffende dat ik wakker was geweest, liet ik me weer neerploffen en sliep liggend verder.
Een half uurtje later voelde ik hoe Rube ook beslist had dat het tijd werd nog even te slapen. Hij klom in zijn bedje en liet de beer in zich los. Een heerlijk gesnurk.

Geheel conform de nachtdier-voorschriften slaapt Rube overdag. Maar - en daarin onderscheidt hij zich duidelijk van het dierlijk bestaan - hij trekt zich niet terug in holen of schuilplaatsen, noch gezellige mandjes of daarvoor voorziene bedjes.
Ah, hij trekt zijn plan.
















maandag 8 februari 2016

Een eigenzinnige baby

Rube ligt hartverscheurend te snikken. Zomaar, uit het niets.
'Wat is er, Rubemansje?' vraag ik. Maar hij antwoordt niet. Zijn verdriet is té groot.
‘Mama, het is niet erg hoor,' zegt Norah. ‘Wij spelen mama en baby.’
‘Oh’, zeg ik, ‘dat is een hele opluchting! Waarom moet je baby zo hard wenen?’
‘Mijn baby weent omdat hij altijd melk moet drinken. Dus nu ben ik een ijsje voor hem aan het maken.’

10 minuten later lig Rube nog steeds te snikken. Met bijhorende neergeslagen blik en wijde armgebaren. Een groot acteur in spe.

‘Norah, jouw baby is nog steeds erg verdrietig hé?’
‘Ja mama. Mijn baby lust geen lichtblauwe ijsjes. Hij wil een donkerblauw.’


Ik gniffel. De (échte) baby in mijn armen vroeg nooit eerder om donkerblauwe ijsjes. Dankbaar om zijn dankbaarheid laat ik hem nog even van zijn melkje genieten.

zondag 7 februari 2016

Dream big - een bed tegen varkentjes

'Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!' hoor ik in de gang. Het komt steeds dichter. Met een grote tijgersprong ligt Norah naast mij in bed. Ze bibbert van schrik. 'Mama, er staan allemaal varkentjes in de gang! Ze zoeken kindjes om in de soep te doen!'
Met mijn meest serieuze stem probeer ik haar te troosten. Ik krijg het niet over mijn hart om die kleine angsthaas terug naar haar kamer te sturen, dus laat ik ze bij mij liggen. Gisteren zat er een enorme poes naast haar bed. Norah wilde ze aaien, maar het beest had zich omgedraaid en keihard 'Noraaaaaaaaah' geschreeuwd. Met de tanden bloot. En niet veel eerder schuifelde een pop door haar kamer. Een pop met lichtgevende ogen. Ze fluisterde in Norahs oren en trok aan haar haren.
Met een bibberende kleuter aan de ene kant en een heel-vaak-drinkende baby aan de andere kant probeer ik weer in slaap te geraken. Voor de honderdste keer deze nacht.
In de kamer waar Dries ligt, hoor ik Rube schreeuwen dat hij er uit wil. 'In die bedje!!!' roept hij. In gedachten zie ik hem naar het grote bed wijzen.

Ik zucht, en beslis dat het zo niet verder kan. Al ruim 4 jaar slapen wij nauwelijks. Met gescheiden kamers als voorlaatste poging toch nog iets uit de nachten te halen. De masterbedroom was nu de Papa-Rube-kamer, Norah bleef in haar eigen kamer en ik had een Mama-Bores-kamer. Maar na een tijdje bleek dat ook dit niet het ideale recept voor rustige nachten was.

En toen stuitte ik op foto's van een 'familiebed' (lang leve Pinterest!). Niet zomaar een dubbel bed waar in elke centimeter een kind is gepropt, maar een bed die écht de bedoeling heeft een heel gezin te herbergen. (Het bed van Elisabeth Boyce is ongetwijfeld het meest bekende, maar er bestaan nog heel wat andere prachtexemplaren)
En ik begon te dromen (zelfs als ik niet kan slapen, is dromen een favoriete bezigheid).
Meer nog dan de hoop de nachten te verbeteren, werd ik overrompeld door een kinderlijk enthousiasme en een overweldigend gevoel van gezelligheid. Ik dacht terug aan mijn nachten als kind. Jarenlang heb ik mama het bed uit gejaagd. En toen ik oud genoeg was om te begrijpen dat ook mama's slaap nodig hebben, probeerde ik mezelf te harden door midden in de nacht 20 tellen met mijn voeten onder mijn bed te staan. Dat de enge beesten die daaronder woonden mijn tenen niet in zijn geheel verorberd hebben, mag een wonder wezen. Maar één ding is zeker: als de kamer die ik hier op de foto zag, de kamer van mijn ouders was geweest, dan waren mijn tenen nooit aan zoveel risico blootgesteld.

De komende weken was mijn taak Dries overtuigen. En aangezien er geen beter tegenvoorstel kwam, besloten we het er op te wagen.

(Indien het filmpje van de making of niet zichtbaar is, kan je het ook via deze link bekijken)





Als basis gebruikten we 'het grote bed' en een babybedje. We kochten een stapelbed als aanvulling. De 3 bedden werden aan elkaar vastgemaakt. Om het geheel geen aparte-en-niet-bij-elkaar-passende-bedden-gevoel te geven, maakten we planken vast over de volledige breedte, die ik beschilderd had met een prachtige en passende zin: 'Together we make a family'.


Ja, we zij blij met dit bed. De nachten zijn nog steeds niet altijd geweldig. Maar dat ik 'pas op, of je mag in een andere kamer slapen' als toverspreuk kan gebruiken om de snaveltjes te sluiten, doet me toch stiekem glimlachen. En dat Norah 's middags al vraagt wanneer ze mag gaan slapen, is een geweldige kers op de taart.
De gezelligheid is zò groot dat varkentjes, reuzenkatten en fluisterende poppen de kamer liever mijden. Missie geslaagd!

dream big, together we make a family, familiebed, familyroom, diy, ikea hack


dream big, together we make a family, familiebed, familyroom, diy, ikea hackdream big, together we make a family, familiebed, familyroom, diy, ikea hack








vrijdag 5 februari 2016

Ook vroege vogels leren vliegen

'Ik ga in niets verkleed zijn hoor, mama!' zegt Norah terwijl ze haar fluohesje aan de kapstok hangt. Op de vensterbank op school staat een hele rij heksenhoeden en bezemstelen. 'Ik kom gewoon als mezelf naar huis straks'. En ze giechelt stiekem als ze ziet dat ik het geloof. Ah ja, want gisteren was ze al verkleed, dus nu zal ze toch zéker niet meer verkleed zijn hé?

Rube roept: 'Ik wil niet huisje! Ik wil sjooool!'
'Bijna', zeg ik, 'jij mag binnenkort ook naar school'.
'Hoeveel keer moeten we nog slapen voor Rube ook naar school mag, mama?
Nog 4 keer? Of nog 10 keer?' vraagt Norah.
Ik denk na. 'Nog ongeveer 60 keer', zeg ik.
Norah kijkt onder de indruk. Zes-tig. Dat is helemaal niet bijna!

Ik wandel flink door onderweg naar huis, alsof ik de tijd voor wil zijn. Gisteren was Rube nog een klein vroeg vogeltje, vandaag is hij klaar om naar school te gaan.
De wind waait hard en ik zie hoe de vroege vogel zich nestelt in de buggy en zijn ogen zachtjes laat dichtglijden.
Ach, ook grote jongens zijn af en toe nog klein.
Een geruststellende gedachte.

Naast zijn kleine broertje Bores is Rube een flinke vent. Maar toch...

donderdag 4 februari 2016

Roze meisjes

Het is zover: carnaval op school! Vorig jaar had ik me geweldig uitgeleefd en was het resultaat een Bijen-Ballerina (of hoe je het aan de dochter verkocht krijgt). Norah was blij, haar trots was enorm! Net zo groot was de ontgoocheling toen ze ziek werd die week en dus carnaval moest missen.
Norah showt haar carnavalskostuum een bijen-ballerina. Een bij of een ballerina, hoe je het zelf wil noemen.
Nadat ik de kleine traantjes had getroost, zag ik er ergens ook wel het voordeel van in. Volgend jaar kon ze immers weer geweldig trots deelnemen aan carnaval en hoefde ik daar helemaal niets voor te doen!
(Ok, dat was eventjes pure gemakzucht)

Maar wat ik niet kon voorspellen: dat Norah op 1 jaar tijd zou uitgroeien tot een roze jongedame. Het bijenpakje past niet langer bij haar kleurenpalet en de trots die ze uitstraalt is recht evenredig met de hoeveelheid roze in haar outfit.
Met dit kostuum kon ik ze dus niet langer plezieren.

Het zoeken naar een alternatief was dan weer niet zo geweldig moeilijk. Tijdens een uitstapje naar de Zoo enkele maanden geleden, is Norah tot over haar oren verliefd geworden op de flamingo's. Dat er dieren bestaan die ZÒ ROZE zijn, daar werd ze compleet door overvallen. Sindsdien is de flamingo gebombardeerd tot lievelingsdier pur sang. (En daar ben ik blij om. Ik vind het niet alleen zelf een heel erg mooi dier, het is bovendien enorm gemakkelijk geworden om Norah blij te maken. De lading flamingo-stoffen om zomerkleedjes te maken staat al klaar!)

Nu alleen nog zorgen dat ze zélf met het voorstel komt, zodat ik niet de boeman ben omdat ze weer met zo'n zelfgemaakt ding naar school moet.

'Mama, volgende week mogen wij verkleedkleren dragen op school'
'Ah, leuk! Welk kostuum zou je willen dragen?'
'Een roze prinses!'
'Ja, dat is wel mooi... Is er ook nog iets anders dat je zou willen zijn?'
'Oh ja, een roze Hello Kitty!!'
...

'Norah'tje, Tuur (zoon van zus Yanne) gaat als zijn lievelingsdier (een nijlpaard), leuk hé!' *ik trek mijn meest enthousiaste gezicht*
'Oh, mama, dan kan ik ook gaan als mijn lievelingsdier. Een FLAMINGO!!!'

Mission accomplished!


De wensen werden onmiddellijk omgezet in roze veren, en ik vond de trots in haar snoet terug. Hoera!

Al moet je als mama af en toe een kanttekening kunnen verdragen. Toen huisvriendin Hannah opperde dat ze wellicht wel het mooiste kindje van de hele school zou zijn, antwoordde ze nuchter: 'nee, want mijn vriendin gaat als K3'.
Daar heeft ze een punt: het is niet wat je draagt dat de schoonheid bepaalt, het is wat de omgeving als mooi ervaart.
Het vriendinnetje zal ongetwijfeld een prachtige K3 zijn, al was het maar door de bewonderende blikken van de andere roze meisjes.

Norah draagt met trots haar Flamingo kostuum voor carnaval.
Norah draagt met trots haar Flamingo kostuum voor carnaval.


Norah draagt met trots haar Flamingo kostuum voor carnaval.
Norah draagt met trots haar Flamingo kostuum voor carnaval.




woensdag 3 februari 2016

Oma zal een sterretje zijn

Enkele weken voor mama stierf had ik het al eens aangekaart bij Norah (4j). Zij was immers 2 handen op één buik met haar oma en ik was bang dat het verlies haar nog meer van de kaart zou brengen dan ze al was. Woede en frustraties kanaliseren zijn niet haar sterkste kant, en dat zal iedereen geweten hebben, oma in de eerste plaats.
Dus ik poogde toch maar even om voor te bereiden, daar waar niet op voor te bereiden valt.

'Oma zal als een sterretje zijn', zei ik, ‘niet meer heel erg dicht bij ons, maar toch nog altijd een beetje in de buurt’. De opvoedkundige onzekerheid droop van me af, maar goed, ik had toch geprobeerd.

En toen kwam het moment waar ik voor gevreesd had. We waren wat blijven hangen in het atelier, een poosje na mama’s dood. Buiten was het donker. Het afsluiten van een werkdag gaat naar gewoonte gepaard met een woedeuitbarsting bij de hele kroost. Als Prinses Crise besloot Norah zich op weg naar huis krijsend op de grond te gooien.
‘Pakkeeeeeeeeeen! Jij moet mij pakkeeeeeeen! Jij moet Bores op de grond leggen en MIJ pakkeeeen!!!’
‘Norahtje, misschien leg ik Bores toch binnen, want hier buiten op de grond is het best wel koud voor zo’n klein baby’tje'
‘Neeeeee! IK wil de deur opendoen!!’
‘Ok, haast je dan, want Bores krijgt koud’
‘Eerst moet je mij pakken en naar de deur drageeeeeeen!’

(die kinderlijke logica…)

Maar plots stopte het geschreeuw. Liggend op haar rug had ze een goed zicht op de hemel, die die avond vol sterren stond.
'Mama, jij moet oma tonen’, zei ze.
Ik stelde voor dat ze zelf een ster zou kiezen. De ster die ze het allermooist vond.
'Maar ik vind de sterren niet mooi!' De woede van daarnet was nog niet helemaal gaan liggen.
‘Ok', zei ik ‘dan kies ik er eentje voor jou’. ‘Die staat mooi in het midden van de hemel, wat denk je?’
‘Nee,' zei ze, ‘ik zie al welke ster oma is’.


Ze koos een ster die net iets meer licht gaf dan de andere en af en toe flikkerde. Bovendien bleef ze niet hangen, maar ging ze vooruit. En ze had gezelschap van een rood lichtje.
Een beetje kleur mag bij oma niet ontbreken vond ze. En ze had gelijk.