Dit verhaaltje schreef ik vorig jaar, toen Norah, Rube en Bores van kop tot teen onder de rode stippen zaten. Ik bedenk me nu pas dat het nooit op de blog verscheen, terwijl het toch een momentje was om te onthouden.
‘Mama’, zegt Norah, ‘weet je wat ik zo leuk vind?’ Ze zit op de grond met haar babybroer tussen de benen en wrijft zachtjes op zijn blote rug.
‘Als jij op mijn rug wrijft. Want als ik windpokken heb mag ik niet krabben, en dan is het leuk dat jij wrijft. Daarom wrijf ik ook bij Bores.’
Ik glimlach. De hele kroost staat vol rode stippen. En daar waar ze soms elkaars haren zouden uittrekken, zijn de pokken nu een uiterlijk teken van verbondenheid.
Op school waren de windpokken al weken gespreksonderwerp, en nu zijn ze er eindelijk zélf trotse eigenaars van. Uitspraken als ‘ik heeft 120 windpokken, en jij?’ vormen de aanzet tot gekke vergelijkingen en boeiende verhalen over windpok-avonturen. (‘Aaaaargh! De grote vaarlijke windpok isse mij gepakt!’)
‘Waaaaaw!’ Norah is duidelijk onder de indruk. Ze wijst naar de buik van haar broertje. 'Kijk eens mama, wat een boel stippen bij elkaar! Ik wou dat ik er ook zoveel heeft…'
Ik bedenk me wat een knappe eigenschap het is, om in die lelijke pokken iets moois te zien. En onmiddellijk illustreert het de relativiteit van schoonheid.
‘Ja’, zeg ik, ‘dat zijn er veel hé! Maar die van jou zijn dan weer veel dikker.’
Mijn poging de kinderen over één kam te scheren wordt met een frons onthaald.
Norahs zwijgt en denkt na. Ze kijkt hoe ik in mijn ondergoed mijn haar omhoog steek.
‘En jouw billen zijn veel dikker dan de mijne’, merkt ze op.
Ik werp een snelle blik in de spiegel: dat van die waarheid en die kindermond!
‘Gelukkig is dikker heel mooi hé, mama’, zegt Norah.
‘Yes!’ ze richt zich tot de enthousiaste baby tussen haar benen, ‘mama is de dikste en ik heeft de dikste windpokken! De meisjes zijn gewonnen!’
Bores kraait. De pokken doen heel hard hun best zijn mooie snoet te verbergen.
Maar hij straalt. Van pok tot teen.
donderdag 22 juni 2017
vrijdag 12 mei 2017
Een fotoverhaal - maart & april 2017
Voor ik het wist was er een maand voorbij, en besefte ik dat ik de maandfoto vergeten te posten was. Ik had hem gelukkig wel gemaakt, dat staat netjes in de agenda aangestipt. :-)
Bij deze: 2 in 1!
Je begint te praten, hoera! Op het lijstje staan: mama, papa, auto, kraan, poep en Lucie
In maart ben je weinig naar school gegaan, een vermoeiend beestje had je te pakken.
Jouw taal evolueert heel mooi.
24 cm, dat is de opbrengst haar die je schonk aan Think Pink. Niet slecht voor een meisje van 5!
Je houdt zo hard van je kleine broertje. Als ik je een avondkusje wil geven, mag dat niet op je mond. 'Daar heb ik een kus van Bores', zeg je, 'en die bewaar ik.'
Bij deze: 2 in 1!
maart 2017
april 2017
Bores - 1 jaar 6 maanden
Wat je je afvraagt:- hoe hard je met een auto kan slaan voor er tranen volgen
- wanneer je weer mag drinken (serieus, het is al een half uur geleden hoor!)
- waarom je in bed zou slapen als er een mama bestaat die even goed ligt
- of ik je teentjes wil tellen
Je begint te praten, hoera! Op het lijstje staan: mama, papa, auto, kraan, poep en Lucie
Rube - 3 jaar 6 maanden
Wat je je afvraagt:- of je schoen aan de juiste voet zit
- waarom mensen complimenten geven (daar moeten ze dringend mee ophouden)
- waarom je weer een droge broek aan moet, als je er toch weer in gaat plassen - free the flute!
- of er nog meer negaties bestaan
In maart ben je weinig naar school gegaan, een vermoeiend beestje had je te pakken.
Jouw taal evolueert heel mooi.
Norah - 5 jaar 6 maanden
Wat je je afvraagt:- waarom Jezus enkel een onderbroek draagt
- of een scheetje rond is
- hoeveel keer je nog moet slapen voor je naar het eerste leerjaar mag
- of de tandenfee echt bestaat
24 cm, dat is de opbrengst haar die je schonk aan Think Pink. Niet slecht voor een meisje van 5!
Je houdt zo hard van je kleine broertje. Als ik je een avondkusje wil geven, mag dat niet op je mond. 'Daar heb ik een kus van Bores', zeg je, 'en die bewaar ik.'
zondag 30 april 2017
Een gevallen ster
Norah zit in de zetel. Ze kijkt wat in het niets en haar lip trilt.
‘Is er iets, Norahtje?’ vraag ik.
‘Het is gewoon… Eigenlijk mis ik oma…’, zegt ze zacht.
Ik slik. Ik mis mama ook, keihard. Maar het verdriet van Norah is zo eerlijk en puur dat ik niet goed weet hoe ik dat moet plaatsen.
‘Dat begrijp ik’, zeg ik.
‘Ik zou zo graag een tekening geven aan oma’, zegt Norah.
‘Weet je, ik vind het jammer dat ze niet begraven is, want als ik mijn tekening aan de zee geef, dan zal die wegdrijven…’
Norah is stil. Ik ook, ik weet niet goed wat ik moet zeggen, de krop in mijn keel spert mijn stemgeluid de weg.
‘Eigenlijk moet ik mijn tekening niet aan de zee geven hé’, bedenkt het kleine meisje met de veel te grote gedachten. ‘Het kistje zit niet meer in de zee, want oma is al een ster geworden!’
Ze denkt na.
‘Mama, als jij dood bent, waar wil jij dan naartoe?’
‘Ik ga proberen nog heel lang te leven’, zeg ik.
‘Oma heeft dat ook geprobeerd’, zegt Norah.
‘Maar dat is niet gelukt met die beestjes in haar buik.’
De opborrelende tranen vinden hun uitweg. De zacht trillende lip maakt plaats voor een boos gehuil. Onmachtig, oneerlijk, onterecht. Als de dood voor ons zo moeilijk te vatten is, dan moet het voor zo'n klein meisje toch véél te abstract zijn.
Ergens in haar hoofd vertaalt ze het onbegrijpelijke gevoel van gemis naar concrete frustraties.
‘En ik weet niet eens welke kleren oma aanhad, mama, en dat ga ik nooit meer zien.’
We zeggen niets. Norah snikt nog even na.
‘Weet je, mama, als ik een mama ben, dan ga ik mijn kindje ‘Merjam’ noemen.’
In gedachten glimlacht oma Marjan om zoveel kinderlijke wijsheid.
Die nacht wordt Norah wakker.
‘Mamaaaaaa!’, roept ze.
Met mijn abrupt wakkere hoofd kan ik moeilijk uitmaken met welke emotie deze kreet kwam. Ik verwacht een vreselijke nachtmerrie.
‘Mama, ik heeft iets superleuks gedroomd!’ fluistert Norah. ‘Ik was naar de sterren aan het kijken en ik zag oma! En plots viel oma uit de sterren! Zomaar naar beneden, tot bij mij!’
Norah is welgemeend blij.
Haar donsdeken ligt achterstevoren en ondersteboven, de hoes van haar kussen ligt naast het bed. De droom ging niet ongemerkt voorbij.
‘Ik ga weer slapen’, zegt Norah, ‘ik ga vlug kijken welke kleren oma aanheeft.’
‘Is er iets, Norahtje?’ vraag ik.
‘Het is gewoon… Eigenlijk mis ik oma…’, zegt ze zacht.
Ik slik. Ik mis mama ook, keihard. Maar het verdriet van Norah is zo eerlijk en puur dat ik niet goed weet hoe ik dat moet plaatsen.
‘Dat begrijp ik’, zeg ik.
‘Ik zou zo graag een tekening geven aan oma’, zegt Norah.
‘Weet je, ik vind het jammer dat ze niet begraven is, want als ik mijn tekening aan de zee geef, dan zal die wegdrijven…’
Norah is stil. Ik ook, ik weet niet goed wat ik moet zeggen, de krop in mijn keel spert mijn stemgeluid de weg.
‘Eigenlijk moet ik mijn tekening niet aan de zee geven hé’, bedenkt het kleine meisje met de veel te grote gedachten. ‘Het kistje zit niet meer in de zee, want oma is al een ster geworden!’
Ze denkt na.
‘Mama, als jij dood bent, waar wil jij dan naartoe?’
‘Ik ga proberen nog heel lang te leven’, zeg ik.
‘Oma heeft dat ook geprobeerd’, zegt Norah.
‘Maar dat is niet gelukt met die beestjes in haar buik.’
De opborrelende tranen vinden hun uitweg. De zacht trillende lip maakt plaats voor een boos gehuil. Onmachtig, oneerlijk, onterecht. Als de dood voor ons zo moeilijk te vatten is, dan moet het voor zo'n klein meisje toch véél te abstract zijn.
Ergens in haar hoofd vertaalt ze het onbegrijpelijke gevoel van gemis naar concrete frustraties.
‘En ik weet niet eens welke kleren oma aanhad, mama, en dat ga ik nooit meer zien.’
We zeggen niets. Norah snikt nog even na.
‘Weet je, mama, als ik een mama ben, dan ga ik mijn kindje ‘Merjam’ noemen.’
In gedachten glimlacht oma Marjan om zoveel kinderlijke wijsheid.
Die nacht wordt Norah wakker.
‘Mamaaaaaa!’, roept ze.
Met mijn abrupt wakkere hoofd kan ik moeilijk uitmaken met welke emotie deze kreet kwam. Ik verwacht een vreselijke nachtmerrie.
‘Mama, ik heeft iets superleuks gedroomd!’ fluistert Norah. ‘Ik was naar de sterren aan het kijken en ik zag oma! En plots viel oma uit de sterren! Zomaar naar beneden, tot bij mij!’
Norah is welgemeend blij.
Haar donsdeken ligt achterstevoren en ondersteboven, de hoes van haar kussen ligt naast het bed. De droom ging niet ongemerkt voorbij.
‘Ik ga weer slapen’, zegt Norah, ‘ik ga vlug kijken welke kleren oma aanheeft.’
donderdag 27 april 2017
Doktertje spelen
Het is stil als ik beneden kom. Dries ligt in de zetel met een doekje op zijn hoofd, terwijl Norah en Rube met een serieus gezicht door de kamer lopen.
‘Sssssssst!’, zegt Norah als ze me ziet, ‘papa moet geopereerd worden. Het is heel erg!’
Op het blad in haar hand staan enkele tekeningen in vakjes.
‘Ik heeft foto’s moeten maken’, zegt ze, ‘dit is een voet met een barst, en hier staat een tand met een gat. In papa’s elleboog zit ook een spin die ik er uit moet halen en in zijn andere voet zijn er 2 botten te kort. En ja… hij gaat een bril moeten dragen.’
De ernst in haar gezicht is aandoenlijk.
Ondertussen dient Rube zwijgend nog enkele spuiten toe.
Norah richt zich terug tot Dries.
‘Wat is jouw naam meneer?’, vraagt ze serieus.
Zonder het antwoord af te wachten noteert ze ‘PAPA’
‘En waar heeft je last van?’
‘Eigenlijk nergens’, zegt papa lachend.
Het doktersmasker van de kleine dokter maakt even plaats voor een geïrriteerde blik. ‘Alsof hé, papa!’, gromt ze.
Ze neemt papa’s hand en tovert een stift tevoorschijn. In het midden van zijn hand tekent ze een dik kruis.
‘Zo’, zegt ze, ‘dit is omdat je bij de dokter bent geweest.’
Op het andere hand staat ’73’, het nummer van ons huis, bij wijze van identificatie.
In een waar doktershandschrift krabbelt het geconcentreerde meisje er op los, terwijl ze met een gemeende blik instructies geeft. Op papa’s hand verschijnt een onleesbaar voorschrift.
De Kleuterdokter benadrukt het belang van een bril. De overige kwalen zijn met de ingreep van daarnet vlotjes weggewerkt.
‘Weet jij de brillenwinkel zijn?’, vraagt ze, ‘kijk, dit staat op de deur.’ Ze tekent het logo van de opticien.
‘En de deur ziet er zo uit’, voegt ze er nog aan toe. Terwijl ze 2 rechthoeken tekent, legt ze uit dat het schuifdeuren zijn die automatisch opengaan.
‘Voilà’, zegt dokter Norah, ‘zo moet het wel lukken.’
‘Maar toont u het zéker nog eens aan uw vrouw!’
donderdag 9 maart 2017
Een fotoverhaal - februari 2017 (sprongetjes)
Elke maand maak ik een foto van onze kinderen. Op dezelfde plaats, in dezelfde sfeer. En elke maand vertel ik hen een piepklein beetje over zichzelf.
Opdat we de kleine momenten in hun opgroeien niet zouden vergeten.
februari 2017
Norah- 5 jaar 5 maanden
Je sprong. Je tekeningen krijgen plots een andere vorm. Een mannetje staat niet meer in het midden van het blad, maar rust op de rand en de zon komt steevast uit het hoekje. Het blad is een duidelijk kader voor jouw creatieve avonturen.
’s Avonds wil je niet meer naar het verhaaltje luisteren, maar wil je zélf lezen, ook al kan je dat nog niet echt. Je spelt letter voor letter tot je snapt welk woord er staat, en je straalt als het lukt.
Rube - 3 jaar 5 maanden
Je sprong.Het wordt gemakkelijker communiceren met elkaar. Het gevoel dat we helemaal naast elkaar praten en dat jij niet begrijpt wat ik zeg, is er niet meer. Dat wil uiteraard niet zeggen dat je effectief ook luistert naar wat ik zeg. ;-)
Het leeuwenkostuum dat ik maakte voor carnaval is gebombardeerd tot de favoriet uit de kleerkast. Luid brullend loop je door het huis. Jouw manen wild en jouw blik woest. Aan je voeten heb je groene wollen pantoffeltjes. Ik vraag me niet meer af waar de term ‘pantoffelheld’ vandaan komt.
Bores - 1 jaar 5 maanden
Je sprong.Letterlijk, want plots spring je met 2 benen tegelijk. Het is superschattig om te zien hoe je je voorbereidt op een sprong die je de volle centimeter van de vloer verwijdert.
Ook jouw taal zette deze maand een ferme stap vooruit. Hoewel je nog niet echt verstaanbaar praat, is je gamma aan klanken wel plots veel uitgebreider. Naast ‘mama’ in 300 intonaties, zeg je nu ook ‘kijk é!’ (net voor je een kunstje doet) en een heleboel niet typ-bare woorden die elk effectief een betekenis hebben.
donderdag 23 februari 2017
Carnaval: een Joenicorn en een ik-wil-niet-een-leeuw-zijn
Het is carnaval op school! Hoeraaaa!
Toegegeven, ik heb een beetje overtuigingskracht nodig gehad om hem het kostuum te laten aantrekken. Rube zit volop in de peuterpuberteit, bij hem mag je de NEE-fase heel letterlijk nemen. Meer nog, NEE is net niet negatief genoeg, dus Rube roept consequent: 'NEE, NIETS, NIEMAND, NOOIT!', als je hem iets vraagt.
Hij wilde dus geen leeuw zijn, hij wilde ook niet verkleed zijn en hij wilde ook niet naar school gaan.
Dus trok ik het kostuum aan bij kleine broer.
Eén blik op Bores was voor Rube genoeg om tòch een leeuw te willen zijn. Voilà, zo simpel was dat.
Een flamingo was ze vorig jaar al, en de extreme roze-fase lijkt wat gaan liggen. (Het is nog steeds nog vol overtuiging haar lievelingskleur hoor, maar andere kleuren krijgen weer toegang tot haar leven.)Een eenhoorn is dus òòk een geweldig dier (met hartjes én goud)!
'Dan ga ik nu een beetje over regenbogen wandelen', zei Norah, en ze huppelde weg.
zondag 12 februari 2017
Een fotoverhaal - januari 2017
Elke maand maak ik een foto van onze kinderen. Op dezelfde plaats,
in dezelfde sfeer. En elke maand vertel ik hen een piepklein beetje
over zichzelf.
Opdat we de kleine momenten in hun opgroeien niet zouden vergeten.
Norah staat met haar rug naar Bores. ‘Mama, we gaan 1,2,3, piano spelen!’, roept ze enthousiast.
Bores staat te trippelen, hij heeft geen idee wat er gaat gebeuren.
‘ééééén, tweeeeee, driiieeeee…’, Norah telt traag en laag.
‘PIANO!’ Met een ruk draait ze zich om.
Bores die eerst wat schaapachtig stond te grinniken, valt bijna omver van het verschieten. Er ontsnapt een geweldige proestlach bij allebei.
Rube hoort het enthousiaste gelach, en komt mee doen. Als een stelletje paptaarten staan ze daar met z’n drieën te lachen, en geen van hen heeft nog een idee wat de aanleiding was.
Heerlijk vind ik het, dat die 3 nog-maar-net-geboren-wezentjes zich ontwikkelen tot echte persoontjes.
Ze hebben allemaal iets eigen, dat maakt het leuk. Norah is de knutselaar (op het oudercontact vertelde de juf me dat haar enthousiasme om te knutselen aanstekelijk werkt voor de hele klas. En daar ben ik superblij om!). Rube haat tekenen, maar houdt ongelooflijk veel van kranen en tractors, en Bores deelt beide passies. Zowel de manier waarop hij met de tractor speelt als de manier waarop hij geconcentreerd zijn stift vasthoudt, roept herinneringen op.
Het lachen vervaagt, en gaat over in wilddoenerij. Norah wordt boos op Rube omwille van een niet-nader-gedefinieerde-actie die volgens haar niet ok was op dat moment. Wat Rube er toe aanzet het zeker nog eens te doen.
Hij schopt subtiel op Norahs schenen. Waarop Norah reageert als een volleerd voetballer die een rode kaart beoogt.
Het plezier van daarnet is ver te zoeken.
Bores - die dit alles vanop een afstand staat te bekijken - laat een scheetje en schiet in de lach. Rube lacht mee, hij is zijn onweerstaanbare drang om te slaan en te schoppen alweer vergeten.
Norah doet haar uiterste best om nog steeds boos te kijken, maar bezwijkt uiteindelijk toch voor de hilarische grap die een scheetje is.
De 3 paptaarten staan weer te gibberen. De sfeer is terug, gered door het subtiele geluid van een luchtverpaatsing.
Opdat we de kleine momenten in hun opgroeien niet zouden vergeten.
januari 2017
Bores - 1 jaar 4 maanden
Rube - 3 jaar 4 maanden
Norah - 5 jaar 4 maanden
Norah staat met haar rug naar Bores. ‘Mama, we gaan 1,2,3, piano spelen!’, roept ze enthousiast.
Bores staat te trippelen, hij heeft geen idee wat er gaat gebeuren.
‘ééééén, tweeeeee, driiieeeee…’, Norah telt traag en laag.
‘PIANO!’ Met een ruk draait ze zich om.
Bores die eerst wat schaapachtig stond te grinniken, valt bijna omver van het verschieten. Er ontsnapt een geweldige proestlach bij allebei.
Rube hoort het enthousiaste gelach, en komt mee doen. Als een stelletje paptaarten staan ze daar met z’n drieën te lachen, en geen van hen heeft nog een idee wat de aanleiding was.
Heerlijk vind ik het, dat die 3 nog-maar-net-geboren-wezentjes zich ontwikkelen tot echte persoontjes.
Ze hebben allemaal iets eigen, dat maakt het leuk. Norah is de knutselaar (op het oudercontact vertelde de juf me dat haar enthousiasme om te knutselen aanstekelijk werkt voor de hele klas. En daar ben ik superblij om!). Rube haat tekenen, maar houdt ongelooflijk veel van kranen en tractors, en Bores deelt beide passies. Zowel de manier waarop hij met de tractor speelt als de manier waarop hij geconcentreerd zijn stift vasthoudt, roept herinneringen op.
Het lachen vervaagt, en gaat over in wilddoenerij. Norah wordt boos op Rube omwille van een niet-nader-gedefinieerde-actie die volgens haar niet ok was op dat moment. Wat Rube er toe aanzet het zeker nog eens te doen.
Hij schopt subtiel op Norahs schenen. Waarop Norah reageert als een volleerd voetballer die een rode kaart beoogt.
Het plezier van daarnet is ver te zoeken.
Bores - die dit alles vanop een afstand staat te bekijken - laat een scheetje en schiet in de lach. Rube lacht mee, hij is zijn onweerstaanbare drang om te slaan en te schoppen alweer vergeten.
Norah doet haar uiterste best om nog steeds boos te kijken, maar bezwijkt uiteindelijk toch voor de hilarische grap die een scheetje is.
De 3 paptaarten staan weer te gibberen. De sfeer is terug, gered door het subtiele geluid van een luchtverpaatsing.
Abonneren op:
Posts (Atom)






