vrijdag 12 februari 2016

Een huisje voor flamingo's

Toen we een urne moesten kiezen voor mama, werden we ongelukkig van die perfect gepolijste kistjes. Alsof je na je dood herleid wordt tot een ferme portie kitsch.
En als er nu iets was waar mama NIET voor stond, dan was het dat.
Mama was een doe-het-zelfer met een hoek af. Een knutselaar, een foefelaar, een plantrekker. 'Waarom iets kopen als je net zo goed zélf iets in elkaar kan flansen?'

De tekst die ik schreef voor de uitvaart van mama schetst een beeld van wie ze was.

<<Het is ondertussen zo’n 19 jaar geleden: het tweede leerjaar bij juf Vera. Op ons oefenblaadje stond: ‘beroep papa en mama:’ Bij papa schreef ik heel zelfzeker het aartsmoeilijke woord ‘mil-ieu-con-su-lent’. Bij mama twijfelde ik. Ik had mama eigenlijk nog nooit over ‘haar werk’ horen vertellen. Dus noteerde ik: ‘timmervrouw’.

Thuis moest mama heel hard lachen. Ze zei dat ze fulltime mama was, zodat ze er altijd voor ons kon zijn. En toen kwam bij mij voor het eerst het besef hoe speciaal een mama eigenlijk is.

Met mijn voeten rustend op de salontafel - een palet met wielen onder - bedacht ik me dat ‘timmervrouw’ best wel een passende gok was bij onze doe-het-zelf-mama. Ze had net enkele honderden kruiwagens aarde verschept, de basis van een terras. En daarbij zou het niet blijven. Geleidelijk aan groeide haar gereedschapskist uit tot een heus werkkot die een hele reeks aan werkmateriaal en ‘eventueel te gebruiken restjes van planken’ verzamelde. En waar tot op heden een briefje hangt met ‘ik ben nog niet klaar’ om haar wanorde te kaderen. Haar handen zouden vergroeien met haar boormachine, en de koopjeshoek van ikea werd haar tweede thuis. Want waarom zou je planken kopen, als je net zo goed een kast helemaal uit elkaar kan halen om er iets nieuws mee te maken?

Zonder te luisteren naar grote woorden, maar door te kijken naar kleine daden, leerden wij creatief omgaan met de wereld. En hoewel mama in zichzelf niet meer dan een foefelende doe-het-zelfer zag, toonde ze ons mogelijkheden, inspireerde ze ons. Meer dan kunstenaar, was ze Muse. Meer dan het resultaat, was ze de oorzaak.

Het is ondertussen zo’n jaar geleden. Ik kreeg een invulformulier onder mijn neus geschoven. En even twijfelde ik bij ‘beroep moeder’.
Ik noteerde: ‘huisvrouw’. Maar veel liever had ik geschreven ‘self made creatieve, rust uitstralende, richtingaanwijzende, altijd aanwezige centrale uitlaatklep met voelsprieten’.
Of gewoon: ‘MAMA’.
>>


Geen gladde urne voor mama dus. Geen kitsch. Neen bedankt!

Met oude restjes hout die mama verzameld had, timmerde Dries een mooi kistje. Met hier en daar een scheve nagel, en zelfs een fragment van haar handschrift. Helemaal mama.


We kozen voluit voor zonnebloemen en een wirwar van kaarsen met betekenis. Een kaarsje van ons communiefeest, een kaarsje van het huwelijk van Yanne, een kaarsje van de geboorte van Bores, een reeks zelfgemaakte kaarsjes van op onze knutselnamiddagen, aftelkaarsjes voor de geboorte van Lize... Je kan het zo gek niet bedenken, of er was een kaarsje voor. En die wirwar van verschillende kaarsen paste zò verschrikkelijk slecht bij elkaar, dat het mooi werd.



Want dat doe je, als er zò veel kleur is dat het niet binnen de lijntjes past.

Na de uitvaart bleven we achter met het kistje.
'Opa', zei Norah, 'wat gaan we met het doosje doen?'
'We kunnen het in de tuin hangen,' zei opa, 'dan maken we er een gaatje in en kunnen er vogeltjes in komen wonen.'
Norahs ogen glinsterden.
'Ja! Wat zouden wij superveel geluk hebben, als daar een flamingo in kwam wonen!'

Wij lachten. Om het beeld van een veel te dikke roze vogel in het kleine kistje. Om het kinderlijk enthousiasme. Om het vermogen alles met één verwonderde blik te relativeren.