woensdag 30 maart 2016

Een inbreker, bang in het donker

Ik lig halfwakker te draaien in bed. De nacht was niet geweldig tot nu toe, om het heel zacht uit te drukken.
Norah had er net een mega woede aanval opzitten. Om 2.30u, stel je voor... En dat is niet over na 10 minuten. Nee, dat is letterlijk en figuurlijk een werk van lange adem.

Door de niet-zo-stille aanpak van Norah, waren Rube en Bores uiteraard ook wakker. Rube had ondertussen zijn hele repertoire Mega Mindy songs boven gehaald en Bores schoof aan voor het late-night-buffet. 6 gangen.

Maar goed: het was 4u, en het was stil.
Ik was al een paar keer halvelings ingedommeld, maar bleef toch op een soort waakmodus staan.

Hier klopte iets niet.
De geluiden die ik 's nachts hoor, waren niet deze.
De waakmodus ging naar wakkermodus, en ik luisterde geconcentreerd.
Ja, ik hoorde met zekerheid gestommel. Ja, ik hoorde absoluut de deur.
Ja, er was iemand beneden in ons huis!


De spanning gierde even door mijn lijf. Maar toen ik bedacht dat die inbreker toch wel heel onhandig hard met de deuren sloeg en wel érg luid rommelde in de blokkendoos, maakte ik Dries wakker.
'Controleer eens of Rube in zijn bedje ligt,' zei ik.
Wij slapen allemaal samen in 1 bed en Rube ligt naast Dries.
Met een slaperig hoofd, niet goed wetende waarom hij moest controleren, voelde Dries op Rubes plaats.
Leeg. Net wat ik dacht.

Het was pikdonker in de gang en het poortje bovenaan de trap was zorgvuldig weer op slot.
Beneden - eveneens pikdonker, de inbreker wilde duidelijk niet te hard opvallen - zat Rube op de tast met een tractor te spelen.
Heel stoer. Maar toch een beetje bibberig.
Ik kreeg een ferme omhelzing, daar beneden in het donker. Een knuffel van kleine sloeberpootjes, zonder een poging te doen zijn sporen uit te wissen. En nooit eerder ging hij zo enthousiast terug naar bed. Een inbreker, bang in het donker. Zijn tractor als wapen, zijn spel als grootste misdaad.


zondag 27 maart 2016

Een stoere retro jongensfiets - DIY



Stel: je hebt een dochter. En die dochter ademt en denkt roze.
En ze rijdt - uiteraard en geheel logisch - met een roze fiets.
Stel: na de roze dochter komen 2 zonen, waarvan de oudste stoerder is dan de gemiddelde Harley Davidson motard (of dat zelf denkt althans).

De roze dochter is de roze fiets ontgroeid, en stapt over op een groter exemplaar.
De stoere zoon heeft nood aan een grotere fiets, om naar school te fietsen (nog 2 weken en hij mag naar de peuterklas, spannend!).



Dan heb je 4 opties:
  • De stoere zoon fietst op de roze fiets, met het risico dat hij dat zelf niet zo leuk vindt (roze isse Norah #sadface)
  • Je koopt een nieuwe fiets van de betaalbare klasse, met het risico dat de keuze bestaat uit een fiets van Spiderman of eentje van Cars
  • Je koopt een nieuwe fiets, zo'n prachtig retro exemplaar, met het risico dat de portefeuille tegenwerkt én dat je naar Nederland moet rijden (het aanbod mooie kinderfietsen in België is nogal beperkt)
  • Je maakt van de roze fiets een stoere retro jongensfiets

Ik ging voor de laatste optie. Uiteraard, anders zou dit een saai bericht zijn. ;-)

pimp your bike fiets omtoveren Eigenlijk heb ik niet zo heel erg veel ingrepen gedaan. Mijn technische kennis van fietsen is zo goed als nul, dus aan de structuur heb ik niets veranderd. Maar met een paar simpele ingrepen toverde ik de fiets om van fancy roze naar retro black.

Wat ik deed:

  • Ik haalde alle meisjesfrullen van de fiets. Een bel met hartjes en een roze toetertje zijn uit den boze.
  • De hele fiets werd mat zwart gespoten. Ik gebruikte Motip Primer Matt black om een eerste laag te geven, en gaf de 2e laag met gewone Motip Matt black. Ik twijfelde even of ik het plastic wel goed zou kunnen spuiten, maar dat ging zonder problemen. Het is mooi dekkend en het gaat er niet af (of nu toch nog niet. Geen idee of er binnenkort roze gebruiksporen tevoorschijn komen.)
  • Ik overtrok het zadel met bruin leder. Dit is geen must uiteraard. Het zadel was zwart, dus dat kon gerust zo blijven. Maar aangezien ik een ferme boon heb voor retro fietsen, MOEST daar een bruin lederen zadel op komen. Hieronder leg ik uit hoe ik het zadel maakte. Daar is toch een klein beetje naai-ervaring voor vereist.
  • De fiets werd afgewerkt met een rieten mandje (handig om het fietsslot in te leggen. Bij Norah deed ik het slot rond het zadel, maar dan wreef ze er constant tegen met haar benen als ze fietste), een blauwe toeter en lederen sterretjes. Hierin kan je zo ver gaan als je zelf wil: stickers plakken, zelf beschilderen, effen laten...






Het zadel

Om het zadel te overtrekken, heb je eerst een patroon nodig van het originele zadel.
Dat lijkt moeilijker dan het is.

Begin met het hele zadel vol te kleven met papiertape, en teken de naden er op die je wil. Volledig effen (zonder naden) laten kan niet, want daarvoor is de vorm van het zadel niet strak genoeg, tenzij je met superrekbare stof werkt.
Zet jouw naden op goed gekozen plekken, zodat de vlakken die je overhoudt niet te veel 'welvingen' meer bevatten.

Snij met een mesje op alle naden die je tekende en plak de tape-vlakken op papier.
In principe zijn dit jouw patroononderdelen, maar om het geheel wat 'gladder' te maken, teken je best de onderdelen nog eens opnieuw, met een mooie vloeiende lijn, en zorg je er voor dat het geheel symmetrisch is (tenzij je voor asymmetrische naden gaat natuurlijk.)

Vergeet niet overal 5mm bij te tekenen voor de stiknaad.
Snij jouw delen uit in stof of (nep)leder. Ik koos voor echt (ecologisch gelooid) leder. Het nadeel daarvan is dat het stug is en niet meerekt. Voor een goeie pasvorm kan je je dan geen fouten in het patroon veroorloven. Ik zou dus iedereen aanraden om te kiezen voor leder die rekt (indien je een stikmachine hebt die leder aankan) of voor nepleder of rekbare stof te gaan. Dan worden fouten in het patroon gewoon weggewerkt op het moment dat je het rond het zadel trekt.
Et voilà: stik het geheel aan elkaar.
Typisch aan die retro zadels is de dubbele stiknaad, langs elke kant van de naad. Zeker doen dus! :-)
Ik naaide de hoes een beetje vast met de hand, onderaan het zadel.

Nu kan Rube in stijl naar school fietsen!



donderdag 24 maart 2016

Een zwart gat met veertjes

‘Mama’, zegt Norah, ‘ik heeft vannacht gedroomd over een oma.’
Ze zwijgt. Ik zie dat de beelden uit haar droom terugkomen.
‘Het was een oma in een blauw kleedje. En het was niet Rube’s oma, alleen mijn oma.’
‘Oma knuffelde mij de hele tijd. Ze was zo blij om mij terug te zien.’

Terwijl ze het zegt trekken haar mondhoeken omlaag. Ze huilt niet, maar de kikker in haar keel verraadt de moeite die ze doet.

‘Was het een mooie droom?’ vraag ik.
‘Ja!’ zegt Norah, ‘ik heeft de hele tijd geknuffeld!’
‘En ging het over oma Marjan?’
Norah schudt haar hoofd. ‘Nee. Oma Marjan droeg ook andere kleren. Deze oma had elke dag een blauw kleedje aan.’
‘Ik heeft eigenlijk geen geluk en Tuur wel hé? Want Tuur ziet graag blauw!’

…

‘Mama, ik denk dat de oma misschien toch oma Marjan was. Maar dan gewoon met een kleedje van een andere oma.’



Wij hadden ons voorbereid op de dood van mama. Wij hebben gepraat, gedacht, gedroomd, gehuild. En de dag dat ze stierf, was het tòch onverwacht. Plots struikelden we in het zwarte gat dat we met donsjes hadden gevuld. Verbaasd dat het er was, zelfs al stonden we er op te kijken.
De donsjes maakten de val zachter, maar niet minder diep. 

Ik denk aan alle mensen die na de vreselijke aanslagen te maken krijgen met een nieuw, kersvers verlies. Aan het gat, waar ze hardhandig in geduwd worden. Niet gevuld met donsjes maar met spijkers. Om zeker te zijn dat de val genoeg pijn doet.
Ik denk aan de mensen die die pijn veroorzaken en kan niets zinnigs bedenken.
Menselijkheid (volgens het woordenboek: 'mededogen, menslievendheid') dekt de lading niet meer. Zou een dier ooit in staat zijn zoiets te doen?

Norah is ondertussen weer gaan spelen. De bedrukte blik is verdwenen. Ondanks alles is ze toch een gelukzak.
Haar zwart gat is gevuld met veel veertjes. En met armen die eindeloos knuffelen.

maandag 21 maart 2016

Little designer - nu voor écht!

Zie dit bericht niet als een echt blogbericht, maar eerder als het in daden omzetten van het bericht van gisteren.
Norah tekende die avond een print voor op mijn handtas. Is dat niet superschattig? :-)
Vandaag graveerde ik de print in leder en maakte ik er een tasje van. Ideaal om mee te nemen naar een mama-dochter-uitje!


www.atelierferyn.be
De voorkant van mijn mama-dochter-tasje, een print gegraveerd in leder
mama handtas www.atelierferyn.be   
Op de achterkant staat een lieve ode aan mama.

www.atelierferyn.be

zondag 20 maart 2016

Kleine designerparels

Norah met haar zelfgemaakte handtas
‘Verrassing!’ roept Norah.
Om haar arm draagt ze een papieren knutselwerkje.
‘Ik heeft een Kasjos gemaakt!’ zegt ze enthousiast.

Dat verklaart onmiddellijk waarom ze al een uur geconcentreerd aan de tekentafel zat. En waarom de rol tape gehalveerd is.

De hoed/haarband op haar hoofd matcht goed met het design van haar handtas. De vele kleine stukjes - geknipt en zorgvuldig aan elkaar geplakt - verraden het vele paswerk om dit stuk precies op maat van haar hoofd te krijgen.
Gisteren kreeg ik een armband op maat en toen ik vorige week al 3 dagen naar mijn sleutels aan het zoeken was, deed ze me een getekende bos sleutels cadeau. Ze verzekerde me dat het op écht sleutelpapier was.

Norah - 1 jaar
2 jaar en 4 maanden - kindje met oorbellen
Ons Norah is een creatief talentje. Ze is opvallend handig en zou elke seconde van de dag kunnen spenderen aan tekenen.
Rube is helemaal anders daarin. Hij heeft het niet zo voor tekenen, en ontdekte pas een paar weken geleden (hij is nu 2,5 jaar) hoe hij een potlood moet vasthouden. Bovendien is hij linkshandig, wat het niet altijd gemakkelijker maakt. Zijn interesses gaan helemaal uit naar kranen, auto’s, brommers en alle overige wieltoestanden. Of technische zaken. Geef Rube een schroevendraaier, en alle kasten vallen uiteen.
Rube wordt voorzitter van de studentenclub later. Of toch in elk geval héél actief lid. Een 'Chilly Willy', met één arm leunend op de toog. Terwijl Norah ondertussen zijn kot onder handen neemt en er een designstudio van maakt.

Dat Norah creatief zou zijn, was eigenlijk al heel vroeg duidelijk. Toen ze net 1 jaar was kon ze echt haar werk maken van een tekening. Met 20 verschillende kleurtjes en heel veel geduld.
En een paar maanden voor ze op school startte tekende ze al mooie kindjes. Mét oorbelletjes.


3 jaar - familieportretten. Mama draagt nagellak en juwelen, opa heeft enkel haar aan de zijkant en draagt een bril.


3,5 jaar - sneeuwwitje met de typische pofmouwtjes
Maar in dit knappe meisje schuilt een vurige vulkaan. Ze weet vaak niet meer wat ze met zichzelf kan aanvangen, en het is gek dat ze na al die krijsbuien, haar stem nog op een normale manier kan gebruiken. 

Norahs talenten zijn prachtige parels. Maar die parels hangen aan een uiterst breekbaar snoer. Hier wordt dus vaak met fluwelen handschoenen gewerkt om de ketting niet te breken, want dan volgt een woede uitbarsting om U tegen te zeggen.
Soms is het zo erg, dat ik zélf in tranen uitbarst. En dan moet ik mezelf echt dwingen om in dat spoor van vernieling de parels nog te zien glanzen.


Norah tekent zoals ze ademt. Ze knutselt zoals ze zucht. En ze ontploft als ze even moet kuchen.

Gelukkig doet de nacht meestal wonderen. Na een crisisavond - zoals gisteren - is het heerlijk om ’s ochtends (ook al is het nog maar 6 uur, op zondag) weer te horen: ‘Mama, mag ik een tekening maken?’
 4 jaar - Naast vrij tekenen, voert Norah ook graag tekenopdrachten uit. Stickers natekenen bijvoorbeeld.

woensdag 16 maart 2016

Klaar voor school

'Als ik in mijn achteruitkijkspiegel een witte auto zie, dan ga ik op tijd zijn.'
'Bij 3 groene lichten na elkaar, zullen we vannacht goed slapen.'


Ik geef toe: de dwanggedachten die iedereen wel eens heeft (‘ik mag enkel op de witte strepen van het zebrapad stappen’) zijn ook hier af en toe aanwezig. Met het lot tarten heeft dat niets te maken. Mijn rationele ik hecht geen belang aan die kronkels. En toch worden ze gedacht.

'Als Rube zonder morren het hele stuk naar school kan stappen (andere dagen zit hij in de buggy), dan is hij klaar voor school.'
Zo dacht ik deze morgen.

Goed ingeduffeld ging Rube mee op pad. Bores werd veilig in de draagzak gestopt en Norah en Rube sloten een eerlijke deal wie er aan welke kant mocht stappen. (‘Jij moet links, Rube, want jij knipt met jouw linkerhand. Ik mag rechts, want ik knip met mijn rechterhand.’)
Het ging veel beter dan verwacht. Rube stapte goed door, was een voorbeeldige leerling wat verkeersregels betreft en zong mee uit volle borst als ik het repertoire stapliedjes bovenhaalde.

‘Ja’, zei ik voor de schoolpoort, ‘hij is klaar voor school.’


En toen ging Rube de speelplaats op. Zonder omkijken. In één lijn naar de verste uithoek.


Norah staat een beetje onwennig te lachen. Zij heeft het niet zo voor het doorbreken van de regels. Als er lijntjes getrokken worden, kleurt ze er plichtbewust netjes binnen.
Rube kleurt consequent altijd zo ver mogelijk buiten die lijnen.
‘Rube mag niet op de speelplaats hé, mama?’ lacht Norah met enige twijfel in haar stem.

Ik ben niet in de ideale positie om gezag uit te oefenen. Ouders worden niet verondersteld op de speelplaats te komen, en bovendien kan ik me niet helemaal vrij bewegen met die baby op mijn buik.
Na een kleine aarzeling besef ik dat de Verloren Zoon een beetje motivatie nodig heeft om terug te keren. Dus ik stap de speelplaats op.

In enkele seconden tijd troept een zwerm kleuters samen rond de indringer die ik ben. Ze willen allemaal graag eens gluren in mijn decolleté, naar dat gezellig slapend jongetje. En ik word overladen met vragen naar de oorzaak van mijn aanwezigheid.

Een beetje verder zie ik nog een meer-dan-natuurlijke samenscholing van kleuters.
Nog een indringer, daar moet ik zijn.
De kleuters wijzen naar boven. Ze lachen en roepen.
‘Hé! Hoeveel jaar ben jij?’
‘Waarom ben jij hier?’
‘Ey, jij bent wel nog klein é!’


Rube staat bovenaan het speeltuig en kijkt trots naar zijn publiek.

<<Het zaallicht dooft, de spots gaan aan.
Het publiek juicht. De artiest geniet kennelijk van de aandacht.
Met een kleine grijns op het gelaat zet hij zijn beweging verder. Net iets trager dan normaal, want ook in goeie films zijn de beste stukken in slomo.>>

De ontwerper van het speeltuig stond duidelijk aan de kant van de 2-jarige. De moeders passen er niet in en staan bijgevolg machteloos tot de peuter zelf beslist er uit te komen.
Gelukkig ziet de glijbaan er zo leuk uit, dat Rube zich laat verleiden. En daar - aan het einde van het stuk plezier - staat een mama te wachten om haar zoon met open armen te ontvangen.

Met veel kabaal en in de meest onmogelijke houdingen (een voet in mijn nek, een hand op mijn hoofd) neem ik Rube terug mee. Weg van de speelplaats. Weg van dat kleine stukje hemel, terug naar de harde realiteit.
Het verdriet is enorm.

‘Ja’
, zeg ik, als ik weer voor de schoolpoort sta, ‘hij is klaar voor school.’
‘Maar morgen morgen kom ik weer met de buggy.'

maandag 14 maart 2016

Hoetteslape?

Jonge ouders herkennen het ongetwijfeld: de nachten waarbij je verlangt om op te staan. Gewoon omdat tranen drogen en snotten wegvegen zoveel minder lastig is als je al wakker was.
De nachten waarbij je ’s ochtends niet meer weet hoe vaak de bekers water gevuld werden, en hoe het komt dat dochterlief een verse pyjama draagt. Dat er 2 vuile pampers naast je liggen, en je je slechts vaag kan herinneren dat zoonlief zijn darmen overuren draaiden. Dat de thermometer en Perdolan op de vensterbank een kleine reminder zijn voor de nachtelijke interventies.

Vannacht was zo’n nacht. Zo’n nacht waarbij ik de eerste keer moest opstaan, exact een half uur nadat ik in slaap was gevallen. Dat was dan het beste deel van de nacht.



Norah moest hoesten, en geraakte er zonder een bekertje water, een lepeltje siroop en een muntje om de kriebel te stoppen niet uit. Het bekertje water en het muntje herhaalden we 4 keer die nacht. Bovendien had ze een nachtmerrie, die ze vol overtuiging met mij wou delen. Iets met een boerderij en mama die boos was.
De reden van mijn boosheid in haar droom is me ontgaan, maar ze was in elk geval onder de indruk.
O ja, er was ook een hond die haar naam blafte en steeds dichter kwam.

‘Mamaaaaa, mag ik nog iets zeggen?’ zei ze.
‘Ja’, zei ik.
En mijn vermoeide hoofd hervatte de slaap. Hopelijk was de mededeling niet van levensbelang.

Rube had het weer op zijn longen. Zelfs na 3 keer puffen kon je hem waarschijnlijk tot buiten horen kraken en piepen. Bovendien was er koorts. En die koorts zorgde voor erg levendige dromen.

De nacht vulde zich met kleine schreeuwtjes, luid gelach en triest gehuil.
‘hahahahaaaaaaaa’
‘Neeeeeeeeeeeeee!!!’
Nachtbrakertjes halen overdag wat slaap in
‘Kip moet komen! Nee, poesje, nee! Ikke pakken’
‘Isse grote glijbaan!’
‘Rube doen! Nee Norah! Rube doen!’
‘Ik willeruuuuiiiiit!!’


Bores zijn buikje wilde niet in nachtmodus gaan. Maar ondanks de 4 voedingen en 3 verse pampers, sliep hij het best van ons allemaal.

De koffie is geen luxeproduct vandaag, maar een middel van levensbelang.

Gelukkig wordt het humeur bij onze kinderen niet bepaald door al-dan-niet-goed-geslapen. Daar waar vele ochtenden in aanmerking komen voor een GAS-boete wegens geluidsoverlast, was de ochtend vandaag een topper.
‘Ooooooh, hoetteslape!’ zegt Rube voldaan als ik hem wakker maak. ‘Goed geslapen’ dus. Heel stiekem sluipt er een klein trekje West-Vlaams in zijn kinderlijk taaltje.
'Hoetteslape?’ vraagt hij me. Verder dan een kleine frons en een groen lachje kom ik niet.

Ik bereid me voor op nog een extra portie West-Vlaams binnen 4 weken. Dan start hij op school.
Norahs eerste schooldag ging vlot gepaard met enkele woorden en accenten die we nooit eerder uit haar mond hoorden.
’Tis ier alsan tselste!’ zei ze, als ze thuis kwam, ‘haai keer allemaal rustig zijn?’
Om dan met het nodige gegiechel te verkondigen dat ze moest ‘piesn’.

Hoetteslape valt eerder onder de categorie ‘kindertaal’ dan ‘West-Vlaams’. Voorlopig.
Hopelijk mogen wij morgenochtend evengoed ons beste West-Vlaams bovenhalen.
De vervoeging van ‘ja’ zou na ‘hoetteslape?’ niet misstaan.