We gingen op vakantie naar de Beekse Bergen, net over de Nederlandse grens. Een weekendje maar, dat heb je als je niet samen verlof hebt.
1.30u rijden is nét overbrugbaar, in ruil voor 3 dagen plezier. Met 3 kinderen die niet van de auto houden zou ik een verdere bestemming nog niet zien zitten.
'Mama, ik heeft pijn in mijn buik, net als in opa's auto!' zegt Norah met een bleke snoet.
Ik begrijp onmiddellijk wat ze bedoelt, het katapulteert me even terug naar mijn eigen jeugd. Naar de mooie uitstapjes en reizen, én de bijhorende blauwe potjes die mama meenam. Ooit hadden ze gediend voor plattekaas, nu dienden ze voor snoepjes en tussendoortjes. En de lege exemplaren die ze meebracht waren de spuugpotjes van dienst.
Rube houdt ook niet van de auto (jawel, van de auto op zich wel, maar van het rijden zelf niet zo) en hij maakt zich dan geweldig boos op een peuterpuberlijke manier: met de nodige decibels.
Dat zorgt er dan weer voor dat Bores niet kan slapen en gefrustreerd wordt.
1.30u rijden is met de nodige kindercd's en tussenstops dus nét overbrugbaar. (Toegegeven, het zijn vooral Dries en ik die luidkeels meezingen. De blikken van de kinderen verraden toch een klein gevoel van schaamte. Misschien nu nog eerder ongemak, maar er komt een dag dat het écht schaamte is.)
De Beekse Bergen, dat is de max. Dat werd al duidelijk vanaf de eerste minuut. Nederlanders zijn zo open en vriendelijk naar kinderen toe, en in het hele vakantiepark staan de kinderen centraal.
We reden op een 'tractor-trein', voeren op een grote boot, zwommen in een meer, speelden op enkele van de speeltuigen (om de kindjes kennis te laten maken met alle speelpleintjes en speeltuigen die het park rijk is, zou je een week of 3 moeten komen), probeerden een pendelbootje, smulden van verse smoothies en lekkere ijsjes, genoten van het zwembad (perfect uitgerust voor peuters!) en gingen - uiteraard - naar het dierenpark.
Omdat Norah graag de flamingo's wilde zien, deden we het park eerst te voet.
Haar oogjes blonken bij de ontmoeting met haar lievelingsdier. Al was het rozegehalte van de beestjes toch een tikkeltje teleurstellend.
'Ze zijn wit hé, mama...' (de mondhoeken zoeken even hun weg, dit kan nog alle kanten uitgaan)
...
'Nee, het is niet waar, ze zijn heel licht roze. En onder de lichtroze veren zitten zéker donkerroze!' (Voilà, dat heeft ze zelf mooi opgelost.)
De Beekse bergen staat bekend om zijn autosafari. Dan mag je met je eigen auto een parcours door het park rijden. Recht door de dierenverblijven heen.
Terwijl je nog nageniet van het jachtluipaard dat zonet je pad kruiste, komen de giraffen met hun tong de ruiten van je auto wassen.
Bores deed er de schrik van zijn leven op. Hij stond gezellig wat naar buiten te kijken en te roepen naar de giraf die op veilige afstand stond, als het beest zich omdraait. Wegens lange nek staat de kop van het beest in 1 vlotte beweging nét voor Bores zijn gezicht, die van zijn kant met een schreeuw achterover valt. Dit had hij niet verwacht. :-)
Rube - die nog steeds dierlijk gedrag vertoont als het op zindelijkheid aankomt - had geen enkel accidentje. Dat alleen al maakte het weekend geslaagd.
Dus met een blij gevoel waagden we ons aan de autorit richting huis.
'Papa, ik moet pipi doen', klonk het na 5 minuten.
We waren al zo'n 3 kilometer van ons vakantieverblijf verwijderd.
Rube's gezichte maakte duidelijk duidelijk dat het eigenlijk al te laat was.
Terwijl we de bagage opengooiden, op zoek naar reservekledij, zetten we Rube even op het potje. Vooral uit principe, iets met een mentale link leggen tussen potje en pipi.
Rube installeerde zich als een echte man die zijn ochtendlijk momentje neemt.
Hij deponeerde een kasteelkaka om u tegen te zeggen.
Daar stonden we dan. Met een drol die rechtstreeks uit het olifantenverblijf kon komen, en die we op subtiele manier moesten laten verdwijnen.
Dries plaatste het potje in een plastic zak. En we stapten het hotel naast ons binnen.
Op de een of andere manier had ik me comfortabeler gevoeld bij een vuil eettentje dan bij deze Van Der Valk die met zijn tapis-plein, lederen stoelen en sfeerverlichting de boel alleen maar hilarischer maakte.
We stapten zo horizontaal mogelijk, om het kakamonster niet over de rand te laten gluren. En we onderdrukten de slappe lach toen we aan de receptie van het chique hotel stonden met een kaka in een zakske. Even hebben we het gevoel een overval te gaan plegen, ons wapens gloeiend in de zak.
(Na het netjes deponeren van de prestaties van zoonlief in het chique hoteltoilet, dronken we uit beleefdheid nog een koffie in de bar.)
Een paar minuten moet zowat het maximum zijn voor een autorit zonder stoten. Hoe doen andere ouders dat toch, om hun kinderen mee te nemen naar Zuid-Frankrijk? Als er een geheim recept is tegen plotse behoeftes, misselijke kleuters en gefrustreerde baby's, dan horen wij het graag!
vrijdag 29 juli 2016
zondag 10 juli 2016
Met plezier naar bed
Ok, het moest er ooit eens van komen. Bores werd vandaag 10 maanden, en het moment leek me rijp hem kennis te laten maken met zijn bedje.
Met 'zijn bedje' bedoel ik de cosleeper die deel uitmaakt van ons familiebed.
Bij het bouwen van het bed hadden we de bedoeling de kleine baby die Bores toen was, in die cosleeper te laten slapen.
Dat is er echter nooit van gekomen. Het kleine jongetje aardt perfect in het midden van het bed, heerlijk tussen mama en papa in. Nooit zonder deken, nooit zonder warme armen om in te nestelen.
In slaap vallen met een poepke dat heen en weer schudt van de onhoudbare gezelligheid. Probeer hem maar eens ongelijk te geven.
Dus avond na avond valt Bores in slaap in de zetel of in mijn armen, om dan zijn nacht in bed verder te zetten van zodra ik ook ga slapen. Een imaginaire navelstreng geraakt moeilijker doorgeknipt dan een echte.
Vandaag zou ik me dus aan het bedje wagen.
De 3 kindjes waren zo moe dat er geen geluid meer uitkwam. Dat is een uiterst zeldzame situatie (ik genoot). Dus het leek me het ideale moment.
En dat was het ook. De poep van Bores schudde heen en weer in de lakentjes en hij draaide zich onmiddellijk in zijn favoriete slaaphouding: op de buik, armen omhoog, knietjes tot bijna onder de oksels en de poep in de lucht.
Met een gerust hart verliet ik de kamer. Wat een makkie!
Ik verwachtte verdriet of op z'n minst wat boosheid, maar het kwam niet.
Dus na een minuut of tien, misschien vijftien, ging ik stilletjes een kijkje nemen.
Een lief slapend baby'tje in zijn eigen bedje, dat moest ik met mijn eigen ogen kunnen bewonderen.
Bij het binnengaan van de kamer klonk een schreeuwtje. Geen verdriet, maar geweldig plezier.
Daar stond hij, onze kleine baby: in zijn blote fluit (zeg maar 'fluitje'), recht in zijn bed, met de babyfoon in zijn handen. De knopen van zijn T-shirt stonden open en de lakentjes waren deskundig van de matras gehaald. De pamper trof ik enkele meters verder aan.
(Ondertussen lag Rube, Koning der Krapuultjes, vredig te slapen. Geen paniek, de opvolging is verzekerd!)
Het was een geweldig succes, dat bedje. Al had de zoon niet echt door wat de bedoeling was.
Met 'zijn bedje' bedoel ik de cosleeper die deel uitmaakt van ons familiebed.
Bij het bouwen van het bed hadden we de bedoeling de kleine baby die Bores toen was, in die cosleeper te laten slapen.
Dat is er echter nooit van gekomen. Het kleine jongetje aardt perfect in het midden van het bed, heerlijk tussen mama en papa in. Nooit zonder deken, nooit zonder warme armen om in te nestelen.
In slaap vallen met een poepke dat heen en weer schudt van de onhoudbare gezelligheid. Probeer hem maar eens ongelijk te geven.
Dus avond na avond valt Bores in slaap in de zetel of in mijn armen, om dan zijn nacht in bed verder te zetten van zodra ik ook ga slapen. Een imaginaire navelstreng geraakt moeilijker doorgeknipt dan een echte.
Vandaag zou ik me dus aan het bedje wagen.
De 3 kindjes waren zo moe dat er geen geluid meer uitkwam. Dat is een uiterst zeldzame situatie (ik genoot). Dus het leek me het ideale moment.
En dat was het ook. De poep van Bores schudde heen en weer in de lakentjes en hij draaide zich onmiddellijk in zijn favoriete slaaphouding: op de buik, armen omhoog, knietjes tot bijna onder de oksels en de poep in de lucht.
Met een gerust hart verliet ik de kamer. Wat een makkie!
Ik verwachtte verdriet of op z'n minst wat boosheid, maar het kwam niet.
Dus na een minuut of tien, misschien vijftien, ging ik stilletjes een kijkje nemen.
Een lief slapend baby'tje in zijn eigen bedje, dat moest ik met mijn eigen ogen kunnen bewonderen.
Bij het binnengaan van de kamer klonk een schreeuwtje. Geen verdriet, maar geweldig plezier.
Daar stond hij, onze kleine baby: in zijn blote fluit (zeg maar 'fluitje'), recht in zijn bed, met de babyfoon in zijn handen. De knopen van zijn T-shirt stonden open en de lakentjes waren deskundig van de matras gehaald. De pamper trof ik enkele meters verder aan.
(Ondertussen lag Rube, Koning der Krapuultjes, vredig te slapen. Geen paniek, de opvolging is verzekerd!)
Het was een geweldig succes, dat bedje. Al had de zoon niet echt door wat de bedoeling was.
vrijdag 1 juli 2016
Een fotoverhaal - foto 3
Elke maand maak ik een foto van onze kinderen. Op dezelfde plaats, in dezelfde sfeer. En elke maand vertel ik hen een piepklein beetje over zichzelf.
Opdat we de kleine momenten in hun opgroeien niet zouden vergeten.
Juni 2016
Wat een geluk dat ik de maandelijkse foto netjes in mijn agenda heb gezet - voor de komende 4 jaar. Want ik kon niet geloven dat het alwéér foto-tijd was. Met mijn neus op de feiten gedrukt: de tijd vliegt. Even knipperen met mijn ogen, en de maand is alweer om.
De vragen die je je stelt op deze leeftijd zijn tegelijk heel erg slim en toch zo kinderlijk.
'Botten', denk je zelf, 'want die mogen we nooit opeten. Dunne graten mogen we soms wel opeten, zoals bij die vissen die papa koopt (maatjes). En omdat ik nooit een zeemeermin wil opeten, denk ik dat er botten in zitten.'
Deze maand had je windpokken. En waar je aanvankelijk heel erg trots was op die rode stippen, moest je na enkele dagen toegeven dat het eigenlijk alleen maar verschrikkelijk vervelend is om constant jeuk te hebben.
Je bent helemaal klaar voor de derde kleuterklas. De juffen omschreven je op jouw 'klasherinnering' als 'creatief, pienter en vrolijk'. En daar ben ik trots op!
Meestal toch, want terwijl ik dit schrijf ben je net de salon binnengeslopen. Van kop tot teen ingesmeerd met een dikke laag muggenzalf.
Maar meestal gaat het dus goed. En op een kort troostmoment na, blijf je bijna elke nacht in bed.
Ook jij had windpokken deze maand. Sindsdien worden de slechteriken in jouw spel steevast 'de Windpokken' genoemd. 'Aaaaaa, mama, vlugge stoppen (=vlug verstoppen), de Stoute Windpok gaat ons pakken!!'
Je eerste weken op school zitten er op, en nu is het tijd om even te bekomen. Voor jou, maar ook voor je klasgenootjes. De juf vroeg me jouw nageltjes kort genoeg te houden, om de verwondingen bij jouw gevechtspartners te beperken.
We hopen op veel zon deze zomer, zodat je wat gaat rijpen. In september mag je dan met hernieuwde (en liefst positieve) energie starten in de eerste kleuterklas.
Vorige maand maakte je motorisch een geweldige vlucht, deze maand doe je het rustiger aan. Je bent niet meer roekeloos zoals je was, maar eerder beredeneerd. Je besefte dat je écht nog niet alleen kan stappen. (Dat besef kwam er nadat je het eerst geprobeerd had. Maar na enkele botsingen met de vloer, nam je zelfvertrouwen toch wat af).
Mét steun voel je je wel heel zeker. De term 'loopwagentje' neem je erg letterlijk. Aan een hilarische snelheid ren je met dat ding het atelier door.
Vaste voeding lukt nog steeds niet goed, maar misschien hebben de 2 nieuwe tanden daar wel iets mee te maken?
En ja, ook jij werd gevangen door de Stoute Windpokken.
Vanaf nu geen roodgestipte kindjes meer bij ons. De windpokkenwind is gaan liggen.
Opdat we de kleine momenten in hun opgroeien niet zouden vergeten.
Juni 2016
Wat een geluk dat ik de maandelijkse foto netjes in mijn agenda heb gezet - voor de komende 4 jaar. Want ik kon niet geloven dat het alwéér foto-tijd was. Met mijn neus op de feiten gedrukt: de tijd vliegt. Even knipperen met mijn ogen, en de maand is alweer om.
Norah - 4 jaar 9 maanden
'Mama, heeft een zeemeermin botten of graten?' vraag je.De vragen die je je stelt op deze leeftijd zijn tegelijk heel erg slim en toch zo kinderlijk.
'Botten', denk je zelf, 'want die mogen we nooit opeten. Dunne graten mogen we soms wel opeten, zoals bij die vissen die papa koopt (maatjes). En omdat ik nooit een zeemeermin wil opeten, denk ik dat er botten in zitten.'
Deze maand had je windpokken. En waar je aanvankelijk heel erg trots was op die rode stippen, moest je na enkele dagen toegeven dat het eigenlijk alleen maar verschrikkelijk vervelend is om constant jeuk te hebben.
Je bent helemaal klaar voor de derde kleuterklas. De juffen omschreven je op jouw 'klasherinnering' als 'creatief, pienter en vrolijk'. En daar ben ik trots op!
Rube - 2 jaar 9 maanden
Daar waar je enkele weken geleden nog heel frequent op nachtuitstap ging en het bedritueel vaak langer duurde dan een standaard voetbalmatch, ga je nu flink naar bed.Meestal toch, want terwijl ik dit schrijf ben je net de salon binnengeslopen. Van kop tot teen ingesmeerd met een dikke laag muggenzalf.
Maar meestal gaat het dus goed. En op een kort troostmoment na, blijf je bijna elke nacht in bed.
Ook jij had windpokken deze maand. Sindsdien worden de slechteriken in jouw spel steevast 'de Windpokken' genoemd. 'Aaaaaa, mama, vlugge stoppen (=vlug verstoppen), de Stoute Windpok gaat ons pakken!!'
Je eerste weken op school zitten er op, en nu is het tijd om even te bekomen. Voor jou, maar ook voor je klasgenootjes. De juf vroeg me jouw nageltjes kort genoeg te houden, om de verwondingen bij jouw gevechtspartners te beperken.
We hopen op veel zon deze zomer, zodat je wat gaat rijpen. In september mag je dan met hernieuwde (en liefst positieve) energie starten in de eerste kleuterklas.
Bores - 9 maanden
Boresje, elke blik op jou tovert een glimlach op mijn gezicht.Vorige maand maakte je motorisch een geweldige vlucht, deze maand doe je het rustiger aan. Je bent niet meer roekeloos zoals je was, maar eerder beredeneerd. Je besefte dat je écht nog niet alleen kan stappen. (Dat besef kwam er nadat je het eerst geprobeerd had. Maar na enkele botsingen met de vloer, nam je zelfvertrouwen toch wat af).
Mét steun voel je je wel heel zeker. De term 'loopwagentje' neem je erg letterlijk. Aan een hilarische snelheid ren je met dat ding het atelier door.
Vaste voeding lukt nog steeds niet goed, maar misschien hebben de 2 nieuwe tanden daar wel iets mee te maken?
En ja, ook jij werd gevangen door de Stoute Windpokken.
Vanaf nu geen roodgestipte kindjes meer bij ons. De windpokkenwind is gaan liggen.
zaterdag 25 juni 2016
Toveren
‘Hocus Pocus Pats, ik wou dat jij Norah was!’ roept Norah met een wilde armbeweging. De toverstaf van dienst maakte ze eerder uit Duplo. (Ja, ook de dochter speelt graag met Duplo. Al zorgden haar roze genen voor een andere interpretatie van de bouwstenen. Daar waar haar ‘huizen’ geen enkel fundament of stevigheid bevatten, slaagt ze er wel in toverstaffen, hartjes, strikjes en prinsessenkronen uit Duplo te maken.) Bij de wind die de toverzwaai veroorzaakt, valt de staf helemaal uit elkaar. Maar de toverspreuk lijkt toch gewerkt te hebben.
‘Hé?’ zeg ik, ‘ik zie ineens supergraag rrrroze!’ Mijn mond vormt zo’n perfect mogelijke Franse R om de tongval van dochterlief te benaderen.
Norah kijkt verrast en Rube verslikt zich bijna van het lachen.
We praten over roze en glitters en over flamingo’s en prinsessen. En Norah kijkt vol bewondering naar dat meisje die best wel haar beste vriendin zou kunnen worden.
Tussen het plezier door wordt de nieuwe ik heel erg boos voor iets onbenulligs, helemaal Norah-gewijs. Het leven zoals het is. Norah trekt het zich niet aan. Zij nam (zonder toverspreuk) de mamarol op zich en zet me snel weer op mijn plaats. Met een streng gezicht en bijna dezelfde uitspraak als de mijne. Ik schrik er wel van, ze heeft duidelijk goed gekeken hoe boos-zijn-alla-mama werkt.
De toverspreuk ‘van mama naar kikker’ werd telkens snel terug omgetoverd, maar die ‘van mama naar Norah’ lijkt maar niet uit te werken. Rube en Norah genieten duidelijk. Norah vindt het heerlijk om me te zeggen wat ik moet doen. En Rube bereikt gierend de limiet van zijn zuurstofreserve.
‘Ik heeft een goed idee,’ zeg ik, ‘ik ga naar mijn bedje’.
Als de mama niet aandringt dat het echt wel tijd is om te gaan slapen, dan moet ik zelf maar de eerste stap zetten.
‘Allé,’ zegt de kleine mama, nadat we onze tanden poetsten, ‘Norah’tje, jij mag voor één keer het verhaaltje voorlezen.’ Alsof ze me een gunst verleent. Dat de mama van dienst nog niet kan lezen, laat ze slim achterwege.
Ik lees over Jip en Janneke. En over driftbuien en kattenkwaad.
Na het verhaaltje word ik naar bed gestuurd. Norahs bed.
‘Voor één keer mag Rube in jouw bed slapen,’ voegt de kleine mama er aan toe. Waarop Rube met een grijns van het ene oor naar het andere bij mij onder de lakens kruipt. Zijn buik staat nog hard van het lachen en hij is tevreden met deze afsluiter.
‘Zo, lieve kindjes,’ zegt de mama, ‘slaapzacht!’
Ze sluit de deur. (Ik verbaas me hoe ze dit alles met een uitgestreken gezicht doet. Geen gegiechel tussendoor, deze rol is op haar lijf geschreven!)
Daar lig ik dan, met mijn peuter in het bed van de kleuter. En ik vraag me af hoe ik dit zal oplossen zonder traantjes.
Norah komt weer binnen.
‘Norah’tje, heeft jij mama’s Iphone meegenomen naar jouw bed?’ vraagt ze. ‘Geef die maar snel terug aan mama, ik heeft die nodig!’
De spiegel die de dochter me voorhoudt is toch een tikkeltje confronterend. Het mama-zijn wordt in een uurtje tijd vlot gereduceerd tot een paar strenge blikken en wat Iphone-getokkel. Als ik straks uit deze toverspreuk ontwaak, is het tijd voor goede voornemens.
‘Hé?’ zeg ik, ‘ik zie ineens supergraag rrrroze!’ Mijn mond vormt zo’n perfect mogelijke Franse R om de tongval van dochterlief te benaderen.
Norah kijkt verrast en Rube verslikt zich bijna van het lachen.
We praten over roze en glitters en over flamingo’s en prinsessen. En Norah kijkt vol bewondering naar dat meisje die best wel haar beste vriendin zou kunnen worden.
Tussen het plezier door wordt de nieuwe ik heel erg boos voor iets onbenulligs, helemaal Norah-gewijs. Het leven zoals het is. Norah trekt het zich niet aan. Zij nam (zonder toverspreuk) de mamarol op zich en zet me snel weer op mijn plaats. Met een streng gezicht en bijna dezelfde uitspraak als de mijne. Ik schrik er wel van, ze heeft duidelijk goed gekeken hoe boos-zijn-alla-mama werkt.
De toverspreuk ‘van mama naar kikker’ werd telkens snel terug omgetoverd, maar die ‘van mama naar Norah’ lijkt maar niet uit te werken. Rube en Norah genieten duidelijk. Norah vindt het heerlijk om me te zeggen wat ik moet doen. En Rube bereikt gierend de limiet van zijn zuurstofreserve.
‘Ik heeft een goed idee,’ zeg ik, ‘ik ga naar mijn bedje’.
Als de mama niet aandringt dat het echt wel tijd is om te gaan slapen, dan moet ik zelf maar de eerste stap zetten.
‘Allé,’ zegt de kleine mama, nadat we onze tanden poetsten, ‘Norah’tje, jij mag voor één keer het verhaaltje voorlezen.’ Alsof ze me een gunst verleent. Dat de mama van dienst nog niet kan lezen, laat ze slim achterwege.
Ik lees over Jip en Janneke. En over driftbuien en kattenkwaad.
Na het verhaaltje word ik naar bed gestuurd. Norahs bed.
‘Voor één keer mag Rube in jouw bed slapen,’ voegt de kleine mama er aan toe. Waarop Rube met een grijns van het ene oor naar het andere bij mij onder de lakens kruipt. Zijn buik staat nog hard van het lachen en hij is tevreden met deze afsluiter.
‘Zo, lieve kindjes,’ zegt de mama, ‘slaapzacht!’
Ze sluit de deur. (Ik verbaas me hoe ze dit alles met een uitgestreken gezicht doet. Geen gegiechel tussendoor, deze rol is op haar lijf geschreven!)
Daar lig ik dan, met mijn peuter in het bed van de kleuter. En ik vraag me af hoe ik dit zal oplossen zonder traantjes.
Norah komt weer binnen.
‘Norah’tje, heeft jij mama’s Iphone meegenomen naar jouw bed?’ vraagt ze. ‘Geef die maar snel terug aan mama, ik heeft die nodig!’
De spiegel die de dochter me voorhoudt is toch een tikkeltje confronterend. Het mama-zijn wordt in een uurtje tijd vlot gereduceerd tot een paar strenge blikken en wat Iphone-getokkel. Als ik straks uit deze toverspreuk ontwaak, is het tijd voor goede voornemens.
zaterdag 18 juni 2016
My way
Vol goesting begon ik er aan. Ik was 'moeder', dat scheelt slechts 2 letters met 'moedig'. Maar al snel bleek dat het niet zo voor de hand liggend was, dat moederschap.
Onze baby was een baby die niet netjes om de 3 uur dronk, nee, die lag eeuwig aan de borst en véél vaker dan me werd gezegd. ‘Moet die nu weer drinken?’, vroeg men. En ik twijfelde. Ik liet ze af en toe huilen en suste ze met een tutje. Zo zou ze het wel leren.
Mijn baby sliep niet netjes door na 6 maanden. ‘Slaapt die nu nog niet door?’, vroeg men. En ik twijfelde. Ik legde ze op haar eigen kamer. Tegen haar wil, tegen ons gevoel, maar zo zou ze het wel leren.
En toen kwam er nog een baby. Een baby die alweer een heel andere handleiding nodig had.
De pogingen de adviezen te volgen werden vlot uit ons hoofd geschreeuwd en als de baby die later peuter werd, maandenlang elke nacht wéér tussen ons in bed belandde, voelden we ons schuldig. Want dit was niet hoe het hoorde.
Op ons ouderschaps-diploma stond geen stempel: ‘geslaagd’. Volharding, dat was duidelijk niet onze sterkste kant. (In aanmodderen waren we dan wél weer heel goed.)
‘Foert’, zeiden we toen baby 3 geboren werd, terwijl we de wallen onder onze ogen met een kruiwagen voortduwden.
‘Dit doen we op onze manier!’
En terwijl we om 3u 's nachts bij de kleuter de paniek uit haar ogen wasten na een vreselijke nachtmerrie, de peuter nog even in het grote bed namen na een woede-aanval en de baby nog even troostten met een slokje mamamelk, mijmerden we over een groot bed. Een bed waar we met 5 in zouden passen, zonder wakker te worden met een elleboog in je oor en set tenen in je nek.
En we deden het, tegen elk pedagogisch advies in.
Terwijl ik dit schrijf begint mijn negenmaander aan zijn 12e borstvoeding van de dag. Het is 22u en hij zit nog niet in bed. Lak aan ritme, maar verder de meest perfecte baby die je je kan voorstellen.
‘Onze manier voelt goed’, bedenk ik me. ‘Zonder stress om me binnen de norm te gedragen.’ En toch overvalt me vaak de neiging ‘goed te praten’ wat we doen. Alsof het niet mag.
Ondertussen surf ik wat op Facebook en lees ik: ‘Ik voed mijn kinderen op volgens het concept van natuurlijk ouderschap, waarbij de structuur van het kind wordt gevolgd en niet dat van de ouders’.
Het plotse verschijnen van een benaming op mijn netvlies plaatst ‘onze manier’ in een mooi vakje.
Ineens besef ik dat de opties multiple choice zijn. En dat ook het buiten de lijntjes kleuren wel binnen een kader gebeurt.
In gedachten zet ik een mooie stempel op mijn ouderschapsdiploma.
woensdag 8 juni 2016
trouwplannen
‘Ik heeft een probleem’, zegt Norah met een bedrukt gezicht.
‘Ik heeft gezegd dat ik met Lenna ga trouwen. Maaaaarrrr…'
Om het drama wat extra in de verf te zetten legt ze een pauze waarbij ze in slowmotion haar ogen even sluit.
‘Ik denk dat ik met Obe moet trouwen…'
‘Oei’, zeg ik, ‘waarom denk je dat?’
Stiekem geloof ik dat Norah een boontje heeft voor Obe. Dat ze dol is 'op zijn glimlach', zegt ze vaker. Er bloeit een kleine kleuterlijke verliefdheid.
Van haar kant althans.
‘Sam zei gisteren dat ik een baby ben.’ Haar voorhoofd maakt een boze frons.
‘Maar Obe heeft gezegd dat dat niet waar is! Dus nu moet ik met Obe trouwen.’
De conclusie is sluitend en geheel logisch.
Ze denkt even na hoe ze deze situatie zal oplossen. Nadat ik zeker honderd keer heb gezegd dat Bores écht geen geschikte huwelijkskandidaat is voor haar, weet ze ondertussen dat haar huwelijkspartner geen familie mag zijn.
En dat ze niet met Lenna en Obe tegelijk kan trouwen, daar is ze ook van op de hoogte.
‘Ah’, zegt ze, ‘dan zeg ik gewoon aan Lenna dat ze met Tuur moet trouwen.’
‘Ahnee, Shiet...’
Het gebruik van vloekwoorden is helaas reeds ingeburgerd bij de 4-jarige. Gelukkig beperkt de uitspraak zich tot een flauw en ietwat schattig afkooksel.
‘Tuur ging al met grote Mila trouwen…'
‘Tjah. Dan moet Lenna maar met Jade trouwen hé. En dan kan ik eerst met Obe trouwen, en als ik niet meer wil, trouw ik daarna wel met Lenna.’
‘Tegenwoordig kan dat allemaal’, zeg ik.
‘Maar als het écht zo ver is, vraag dan misschien eerst mama’s raad.'
‘Ik heeft gezegd dat ik met Lenna ga trouwen. Maaaaarrrr…'
Om het drama wat extra in de verf te zetten legt ze een pauze waarbij ze in slowmotion haar ogen even sluit.
‘Ik denk dat ik met Obe moet trouwen…'
‘Oei’, zeg ik, ‘waarom denk je dat?’
Stiekem geloof ik dat Norah een boontje heeft voor Obe. Dat ze dol is 'op zijn glimlach', zegt ze vaker. Er bloeit een kleine kleuterlijke verliefdheid.
Van haar kant althans.
‘Sam zei gisteren dat ik een baby ben.’ Haar voorhoofd maakt een boze frons.
‘Maar Obe heeft gezegd dat dat niet waar is! Dus nu moet ik met Obe trouwen.’
De conclusie is sluitend en geheel logisch.
Ze denkt even na hoe ze deze situatie zal oplossen. Nadat ik zeker honderd keer heb gezegd dat Bores écht geen geschikte huwelijkskandidaat is voor haar, weet ze ondertussen dat haar huwelijkspartner geen familie mag zijn.
En dat ze niet met Lenna en Obe tegelijk kan trouwen, daar is ze ook van op de hoogte.
‘Ah’, zegt ze, ‘dan zeg ik gewoon aan Lenna dat ze met Tuur moet trouwen.’
‘Ahnee, Shiet...’
Het gebruik van vloekwoorden is helaas reeds ingeburgerd bij de 4-jarige. Gelukkig beperkt de uitspraak zich tot een flauw en ietwat schattig afkooksel.
‘Tuur ging al met grote Mila trouwen…'
‘Tjah. Dan moet Lenna maar met Jade trouwen hé. En dan kan ik eerst met Obe trouwen, en als ik niet meer wil, trouw ik daarna wel met Lenna.’
‘Tegenwoordig kan dat allemaal’, zeg ik.
‘Maar als het écht zo ver is, vraag dan misschien eerst mama’s raad.'
dinsdag 31 mei 2016
Delivery has failed
Uitdaging van de dag: bijna vervallen dienstencheques omruilen.
2 weken geleden stuurde ik mijn bijna vervallen cheques op. Net zoals op de handleiding stond. ‘Scheur het kleine strookje er af en stuur de cheques op.’Tot op heden hoorde ik niets meer van hen, dus besloot ik een mailtje te sturen.
Het automatische antwoord volgde onmiddellijk. Dat Sodexo geregionaliseerd werd en dat ik mijn vragen kan stellen via onderstaande link.
Dus ik klik op de link, waarop ik word verzocht me in te loggen.
Oei, mijn zwakke plek: logingegevens bijhouden.
‘Ik ben mijn logingegevens vergeten’ druk ik dus maar.
Op deze pagina kan ik mijn mailadres invullen waarnaar de gegevens verstuurd worden. En mijn loginnaam. Die ik niet meer weet. Klein foutje in het systeem? (Of een slimme manier om sloddervossen een lesje te leren!)
Met de telefoon dan maar.
Aan de lijn krijg ik te horen dat Sodexo geregionaliseerd werd, dat ik word doorverbonden. Na de nodige ‘druk 1’, ‘even geduld al onze lijnen zijn bezet’ en ietwat vreemd klinkende muziekjes, krijg ik iemand aan de lijn.
De sympathieke man helpt me verder. Of ik alle strookjes wil inscannen (53 stuks!) en hem doormailen.
'Ik zal het je gemakkelijk maken', zegt hij, 'ik zal jou een email sturen, dan kan je daar gewoon op antwoorden.'
'Fijn!' zeg ik, 'en hoe gaat dat dan verder?’
‘Goh', zegt hij, ‘dit gaat over cheques voor moederschapsrust. Daar mag ik eigenlijk niets over zeggen, dat is een andere dienst. Maar goed. Die werden betaald door het sociaal secretariaat en niet door jou, dus wij storten het geld terug aan hen.’
‘Huh?’ vraag ik verbaasd, ‘krijg ik mijn cheques dan niet terug?’
‘Als het sociaal secretariaat wat wil meewerken kopen ze vaak wel nieuwe, maar dat moet je niet via ons regelen.’
Ik besluit te beginnen bij de eerste stap, voor ik ook het sociaal secretariaat moet stalken: de 53 strookjes doormailen als antwoord op de email van de Sodexo-meneer.
Het automatisch antwoord volgt direct. ‘Delivery has failed.’
Ik zet de kwaliteit van de scans iets lager, zodat de cijfertjes nog net leesbaar zijn.
Wederom: ‘Delivery has failed.’
Ik stuur de scans apart door: ‘Delivery has failed’.
Ik mail:
‘Beste,
ik stuur deze email gewoon om te proberen of ik kan mailen naar dit adres, wat me tot nu toe enkel een handvol automatische antwoorden opleverde.
Indien u deze mail ontvangt, is het mogelijk om me dan een ander mailadres te geven waarnaar ik mijn scans kan sturen. Alvast hartelijk bedankt!
Vriendelijke groeten,
Mira Feryn’
Het antwoordt volgt onmiddellijk. 'Delivery has failed’.
De telefoon is toch gemakkelijker denk ik. Dus bel ik opnieuw.
Naar het regionaal nummer deze keer, wat me een paar doorverwijzingen bespaart.
Ik krijg een vriendelijke mevrouw aan de telefoon.
‘Dag Mevrouw’, zeg ik, ‘ik had zonet uw collega aan de telefoon.’
In het kort schets ik de situatie en vertel ik over de mails die vanzelf terugkeren.
‘Oei, ik zie het al’, zegt de mevrouw, ‘mijn collega heeft u het verkeerde mailadres doorgegeven.’
Met de nodige schwung (de S van Simon, de D van Domino, de X van Xander) dicteert ze het adres.
‘Hartelijk bedankt mevrouw!’ zeg ik, ‘u mag onmiddellijk een mail van mij verwachten!’
Op mijn mail volgt onmiddellijk antwoord. Oef! Geen Delivery has failed!
Dat Sodexo geregionaliseerd werd en ik mijn vragen kan stellen via onderstaande link.
Waarop ik verzocht word me in te loggen.
Ik zucht. In die tijd had ik mijn huis zelf gekuist.
Abonneren op:
Posts (Atom)








